Ga naar de inhoud

Slapen als een baby betekent niet de hele nacht doorslapen

Normale nachtelijke ontwaakmomenten, veilig slapen en verkeerde verwachtingen: wat je beter weet voor je denkt dat er iets mis is.

Babyslaap

Baby die op de rug slaapt in een wieg met een stevig slaapoppervlak en zonder zachte spullen.

07 jul 2026 · 9 min leestijd

Als jullie hebben gehoord dat een pasgeborene 'slaapt als een baby', verwachtten jullie waarschijnlijk iets anders. In de eerste weken wordt een baby om de paar uur wakker, vallen nachten uiteen en gaan jullie al snel twijfelen of er iets mis is.

Dat is een van de meest voorkomende verrassingen van de eerste weken, en het helpt om dat vroeg helder te hebben: dat een baby 's nachts meerdere keren wakker wordt hoort bij zijn ontwikkeling, niet bij falen van jullie kant. Frustratie is logisch; niet doorslapen betekent niet dat er iets misgaat met de slaap.

Waarom de slaap van een baby niet werkt zoals die van jullie

Een volwassene doorloopt slaapcycli van ongeveer 90 minuten, met langere fases diepe slaap. Een pasgeborene slaapt daarentegen in blokken van 50 tot 60 minuten en brengt veel meer tijd door in actieve slaap, de fase die vergelijkbaar is met de REM-slaap van volwassenen. Dat overwicht van actieve slaap bij de geboorte hoort bij een normale rijping.

In de praktijk betekent dit dat een baby meer tijd dan je denkt bezig is met overgangen tussen slaapcycli. Sommige van die overgangen zijn heel korte ontwaakmomenten waarna hij zelf weer in slaap valt, en andere zijn momenten waarop hij nabijheid, voeding of een schone luier nodig heeft. Dat herhaalt zich meerdere keren per nacht, vooral in de eerste weken.

Volgens de overzichtsartikel in Pediatric Research over slaapontwikkeling in het eerste levensjaar wordt dat patroon geleidelijk stabieler: vanaf ongeveer 4 maanden neemt de diepe slaap toe, worden dutjes regelmatiger en worden cycli langer. Die rijping verloopt stap voor stap en verschilt sterk per baby, dus een nacht vergelijken met die van een ouder kind helpt meestal niet.

Hoe vaak wakker worden per nacht nog normaal is

Een longitudinale studie naar slaapgedrag bij gezonde zuigelingen volgde baby's in de eerste maanden en liet zien wat per leeftijd verwacht kan worden.

  • Tussen 1 en 2 maanden: ongeveer 50% van de baby's wordt slechts één of twee keer per nacht wakker. De andere helft wordt vaker wakker.
  • Op 3 maanden: ongeveer 9% wordt nog meer dan twee keer per nacht wakker.
  • Op 6 maanden: dat aandeel ligt rond de 21%.
  • Op 9 maanden: het loopt op tot ongeveer 26%.

Deze cijfers gaan over gezonde baby's die goed gevoed worden. Belangrijker dan vergelijken met de baby van iemand anders is begrijpen dat meerdere ontwaakmomenten per nacht minstens tijdens het eerste levensjaar heel gebruikelijk blijven, en op zichzelf geen alarmsignaal zijn.

Ook het totaal aantal uren hangt af van de leeftijd

Zoals de JGZ-richtlijn Slaap uitlegt, tel je aanbevolen slaap over een volledig etmaal van 24 uur, dus nacht en dutjes samen: de gemiddelde slaapduur verschilt sterk per kind. Rond 3 maanden ligt die gemiddeld rond 14,6 uur, rond 6 maanden rond 15 uur, rond 12 maanden rond 12,8 uur en rond 18 maanden rond 12,3 uur. Doet een baby lange dutjes, dan is het logisch dat de nacht korter is, en omgekeerd.

Veilig slapen: vijf voorwaarden waar je niet mee schuift

De aanbevelingen uit de JGZ-richtlijn Preventie wiegendood en de Nederlandse adviezen van VeiligheidNL wijzen dezelfde kant op: in de eerste maanden is niet langer slapen de prioriteit, maar veilig slapen. Dit is de basis.

  1. Altijd op de rug: bij elke slaap, 's nachts en overdag, tot je baby zelf vlot beide kanten op kan draaien en zonder hulp weer op de rug terugkomt.
  2. Vlak en stevig slaapoppervlak: een stevig matras met alleen een goed passend hoeslaken. Geen extra polstering, geen zachte toppers en geen wiggen.
  3. Leeg bedje: zonder kussens, dekens, knuffels, positioneerders, babynestjes of gevoerde bedbeschermers. VeiligheidNL benadrukt hetzelfde: elk zacht onderdeel voegt risico toe zonder voordeel.
  4. Aangename temperatuur: houd de kamer comfortabel en voorkom oververhitting. Bij twijfel is een lichte extra laag veiliger dan losse dekens; controleer liever nek of borst dan steeds meer toe te voegen.
  5. Rookvrij: een omgeving zonder tabaksrook. Blootstelling tijdens de zwangerschap of daarna, ook passief, is een goed gedocumenteerde risicofactor.

Deze vijf punten vormen de basis. Elk hulpmiddel dat daarvan afwijkt, ook als het meer slaap belooft, hoort thuis in de volgende categorie.

Wel dezelfde kamer, niet hetzelfde bed

Waar je baby slaapt, bepaalt veel in het dagelijks leven. Nederlandse adviezen raden aan dat een baby in de kamer van de ouders slaapt, dicht bij het bed maar op een aparte en voor baby's bedoelde slaapplaats, bij voorkeur in elk geval de eerste vier tot zes maanden. Het Nederlands Jeugdinstituut maakt dat concreter: een co-sleeper of aanschuifbedje naast het ouderlijk bed, met een stevig matras en zonder zachte opvulling, maakt nachtvoedingen makkelijker zonder de baby in het grote bed te leggen.

Over samen slapen kun je beter zonder moralisme praten, maar ook zonder de risico's kleiner te maken. De algemene lijn voor veilig slapen blijft: wel dezelfde kamer, niet hetzelfde bed. Het NJI vat Nederlands advies zo samen: een baby slaapt de eerste vier tot zes maanden het liefst in een eigen bedje of co-sleeper naast het bed, omdat slapen in hetzelfde bed het risico verhoogt, vooral bij baby's jonger dan vier maanden en bij extreme vermoeidheid, alcohol, sederende medicatie of zachte oppervlakken. Een scenario dat extra gevaarlijk is, blijft in slaap vallen met je baby op een bank of in een fauteuil, ook al is het maar heel even.

  • Als jullie toch een keer hetzelfde bed delen, probeer dan risico's te beperken: geen zacht matras, geen zwaar dekbed, geen grote kussens en geen volwassenen onder invloed van alcohol, sederende medicatie of extreme slaperigheid.
  • Bij twijfel: een wieg, co-sleeper of aanschuifbedje naast het bed verkleint de afstand zonder het slaapoppervlak te delen. Dat is de oplossing waar de meeste richtlijnen samenkomen.
  • Bij prematuur geboren baby's of baby's met een laag geboortegewicht zijn de adviezen nog strikter; loop die daarom door met het ziekenhuisteam, de huisarts of het consultatiebureau.

Wipstoeltjes, kussens en andere spullen die beter uit het bedje blijven

Sommige producten worden verkocht als slaaphulp, maar voldoen niet aan de basisvoorwaarden voor veilig slapen. Dit laat je beter uit het bedje.

  • Wipstoeltjes, schommelstoeltjes en rockers: handig als je baby wakker is en onder toezicht staat, maar geen veilige slaapplaats. Geen van deze producten vervangt 's nachts een wieg of ledikant.
  • Anti-rolkussens en positioneerders: als ze zacht zijn of een baby in een vaste houding houden, passen ze niet bij het advies van een leeg bedje. Ze voegen risico toe zonder nodig te zijn.
  • Babynestjes en wiggen: ze voegen zachte randen toe rond de baby. Een leeg bedje blijft het enige duidelijke advies.
  • Kussens: liever niet vóór de leeftijd van 2 jaar, en pas wanneer een kind slaapt en beweegt als een peuter die meer vrijheid heeft in bed.
  • Dekens, dekbedden en te zware slaapzakken: liever een goed passende slaapzak voor het seizoen. Is het koud, kies dan een extra kledinglaag; geen losse deken in het bedje.

De praktische regel: als een accessoire zacht, dik of fixerend is, hoort het niet in het bedje. Meer rust beloven weegt niet op tegen extra risico.

Routine, dutjes en wakker worden om te drinken: wat je dagelijks kunt verwachten

Naast een veilige slaapomgeving zijn er ook zachte gewoonten die de dag wat ordelijker kunnen maken, zonder wonderen te beloven.

  • Dutjes tellen mee: als een baby twee of drie lange dutjes doet, is het logisch dat de nacht korter is. Slaap over 24 uur tellen haalt druk van de nacht af.
  • Wakker worden voor een voeding is normaal: in de eerste weken, zeker bij voeden op verzoek, heeft een baby 's nachts vaak voeding nodig. De Voedingscentrum legt uit dat baby's vooral in het begin vaak kleine hoeveelheden drinken en in de eerste weken ongeveer tien voedingen per 24 uur kunnen vragen. Dat past bij het verwachte patroon, niet bij een fout die gecorrigeerd moet worden.
  • Routine, geen magisch ritueel: een korte en herhaalbare volgorde aan het begin van een dutje of de nacht, met gedimd licht, zacht geluid en een rustige aanwezigheid, werkt als een voorspelbaar signaal. Het verkort de slaap niet vanzelf, maar kan het inslapen wel rustiger maken.
  • Dag en nacht leer je stap voor stap: overdag daglicht, 's avonds een rustigere sfeer en gewone huisgeluiden zonder totale stilte na te streven. Dat verschil helpt de interne klok van je baby.

Werkt een routine voor jullie gezin, houd die dan aan. Werkt die niet, dan is dat ook geen ramp: gewoonten zijn belangrijker dan de exacte volgorde, en een volgorde omgooien lost zelden in zijn eentje een moeilijke nacht op.

Hoe je naar methoden met gecontroleerd laten huilen kijkt

Jarenlang werden methoden zoals de Ferber-methode of andere vormen van gecontroleerd laten huilen populair. Daarbij reageer je met steeds langere tussenpozen op huilen, in de hoop dat een baby zonder directe hulp in slaap valt. Dat is niet hetzelfde als elk huilmoment negeren, maar het moet wel in context blijven: het is niet bedoeld voor pasgeborenen, het past niet bij elk gezin en het vervangt nooit reageren op honger, pijn, koorts, ongemak of behoefte aan contact.

Bij heel jonge baby's hangt slaap nog sterk samen met rijping, voeding en een veilige slaapomgeving. Daarom is het zinvoller om vóór je aan slaaptraining denkt eerst het fundament te bekijken: leeftijd, voeding, verwachte ontwaakmomenten, de plek waar je baby slaapt en signalen dat het goed is om huisarts of consultatiebureau te bellen.

Mythen om los te laten en wanneer je beter de huisarts of het consultatiebureau belt

Zes mythen die je gerust kunt loslaten

  • 'Als hij wakker wordt, doen wij iets verkeerd': onjuist. Vaak wakker worden is in de eerste maanden normaal.
  • 'Met zes maanden moet hij doorslapen': onjuist. Veel gezonde baby's worden op die leeftijd 's nachts nog wakker.
  • 'Hoe vermoeider, hoe beter hij slaapt': onjuist. Oververmoeidheid geeft juist vaak meer onrust en moeilijker inslapen.
  • 'Een wipstoel kan als bed dienen': onjuist. Het is een schuine ondergrond en geen vervanging voor een wieg of ledikant.
  • 'Een anti-rolkussen maakt het veiliger': onjuist. Zachte accessoires rond een baby verhogen juist het risico.
  • 'Je moet hem laten huilen om te leren slapen': niet per se. Sommige methoden werken met gecontroleerde intervallen, maar ze zijn geen universele regel en passen niet bij pasgeborenen.

Wanneer het verstandig is om advies te vragen

Los van het wakker worden is het verstandig om contact op te nemen als jullie één van deze signalen zien, af en toe of steeds opnieuw:

  • Regelmatig snurken: luidruchtige ademhaling op vaste momenten, niet alleen bij verkoudheid.
  • Adempauzes: de ademhaling stopt even, komt terug met een snuif of wordt heel oppervlakkig.
  • Happen naar lucht of blauwverkleuring rond mond of lippen tijdens de slaap.
  • Ongewone slaperigheid overdag: het is moeilijk om je baby wakker te krijgen of hij oogt afwezig tijdens wakkere momenten, ook als hij 's nachts veel slaapt.
  • Moeizaam aankomen of voedingen die heel kort en heel vaak terugkomen zonder dat de baby goed slikt.

De Nederlandse richtlijn over screening op OSAS bij kinderen beschrijft slaapgerelateerde ademhaling als iets dat meer vraagt dan alleen uren tellen: de kwaliteit van de ademhaling en hoe makkelijk een kind weer wakker wordt, tellen net zo goed mee.

Als jullie hier eindigen met het gevoel dat de baby niet doorslaapt, maar wel goed ademt, drinkt en groeit, dan is de kans groot dat jullie tegelijk in een zware en normale fase zitten. Fases gaan voorbij, veiligheid blijft.

Marta Ruiz

Door

Marta RuizSpecialist in moederschap en opvoeding

Maakt praktische content over zwangerschap, postpartum en de eerste maanden.

Ook interessant

Meer nuttige artikelen voor veelvoorkomende vragen in deze fase.